Het dilemma van minister Wiebes: leveringszekerheid of risicobeperking

Nu het rapport van het SodM is gepubliceerd, waarin wordt geadviseerd de gasproductie te beperken tot 12 miljard kuub, zal minister Wiebes keuzes moeten maken. Er moet een afweging gemaakt worden tussen leveringszekerheid en het beperken van het risico op aardbevingen in Groningen. Kwaliteitsconversie van H- naar L-gas is maar beperkt inzetbaar en het zal nog minstens 3 jaar duren voordat een nieuwe fabriek beschikbaar is. Gasunie stelt voor om 2 BCM te beperken om de leveringszekerheid te garanderen.

H-gas en L-gas

Om de berichtgeving in een wat beter perspectief te plaatsen, is het verschil tussen H-gas en L-gas essentieel. Het gas dat gewonnen wordt in Groningen is van laagcalorische kwaliteit (L-gas) en wordt gebruikt voor huishoudens in Nederland en delen van België en Duitsland. Ook een aantal grote industriële klanten gebruiken L-gas.

De rest van Europa gebruikt hoogcalorisch gas (H-gas), wat via pijpleidingen uit Noorwegen en Rusland komt. Eventueel kan H-gas worden omgezet naar L-gas via kwaliteitsconversie (QC) door stikstof toe te voegen.

Kwaliteitsconversie

Dit betekent dat een verlaging van de Groningse gasproductie op twee manieren opgevangen kan worden. Enerzijds kan de vraag verminderd worden door klanten aan te sluiten op H-gas. Het is echter een kostbaar en tijdrovend proces om ketels van huishoudens om te bouwen. De verwachting is dat Duitsland en België vanaf 2020 beginnen met ombouwen en Nederland vanaf 2025. Zie het artikel van 18 augustus 2017 – Gasexport volgens meerjarenplan Gasunie.

Aan de andere kant kan de beschikbare kwaliteitsconversie worden verhoogd, maar hiervoor zal een nieuwe fabriek moeten worden gebouwd. Deze investering stond gepland voor 2014, maar is uitgesteld vanwege de verwachting dat Groningen voor jaren zou blijven produceren op de huidige 21,5 BCM. Zoals onderstaande grafiek laat zien is de basislast kwaliteitsconversie (Firm Used in de grafiek) regelmatig maximaal in de wintermaanden. De rode en groene lijnen zijn reserve capaciteit die niet van toepassing zijn op het constante vermogen van basislastcentrales. Het opzetten van een nieuwe fabriek duurt ongeveer 3 jaar.

In de zomer is er nog wat kwaliteitsconversie beschikbaar, ongeveer 1 à 2 BCM per jaar. In het Drentse Norg wordt laagcalorisch gas opgeslagen, maar de capaciteit moet worden uitgebreid om dit L-gas te kunnen leveren in de winter.

Gasunie

Als reactie op het voorstel van het SodM heeft Gasunie aangegeven dat de productie minimaal 14 BCM per jaar moet zijn om tijdens zeer zachte winters te kunnen voldoen aan de levering. Het voorstel van Gasunie is om te reduceren tot ongeveer 19.5 BCM per jaar, wat in lijn is met de hierboven beschreven 2 BCM per jaar aan beschikbare kwaliteitsconversie.

Pas over enkele jaren zou het mogelijk zijn om grotere beperkingen door te voeren, bijvoorbeeld als industriële klanten die nu nog op L-cal zitten zijn overgeschakeld naar H-cal. Dit zou ongeveer 4 BCM per jaar schelen.

Het grootste risico zit in de eerste 1 à 2 jaar, waarin de vraag nog hoog zal zijn en er nog geen extra kwaliteitsconversie beschikbaar is. Minister Wiebes zal hierover een keuze moeten maken.

Deze tekst is geschreven door Stefan Berrelkamp, Position Manager bij Essent.

Bron afbeelding: https://www.gasunietransportservices.nl/en/network-operations/transportinformation/nitrogen-report

Bel mij
terug
Vul uw gegevens in. Wij nemen contact met u op.